29 maart 2019

Wijzigingen Wet BIG per 1 april 2019 op een rij

Victor Advocaten Gezondheidsrecht Gezondheidszorg

Waarschijnlijk bent u er al mee bekend dat per 1 april 2019 de nodige wijzigingen zullen worden doorgevoerd in de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG). Om ervoor te zorgen dat u ook weet welke wijzigingen worden doorgevoerd, volgt hieronder een korte opsomming en toelichting van wijzigingen die voor u belangrijk kunnen zijn:

  1. De verplichting voor BIG-geregistreerde zorgverleners om hun BIG-nummer te vermelden; de wetgever vindt het belangrijk dat elke patiënt (en elke burger) zorgverleners goed kan vinden in het BIG-register. Het huidige online BIG-register is onvoldoende gebruiksvriendelijk. Daarom heeft de wetgever bedacht dat de in de Wet BIG opgenomen zorgverleners die zich beroepsmatig profileren voortaan hun BIG-nummer moeten vermelden. De grote zorgen die zijn geuit vanuit onder meer de beroepsgroepen en brancheverenigingen heeft minister Bruins doen besluiten de IGJ te verzoeken deze verplichting (nog) niet te handhaven per 1 april 2019. De nadere uitwerking van deze verplichting is overigens ook nog niet in een amvb verwerkt, waardoor nadere uitwerking thans nog ontbreekt.
  2. Wijziging publicatieplicht van berisping en boete; per 1 april 2019 bepaalt de tuchtrechter of een berisping of boete moet worden gepubliceerd. Er is dan geen sprake meer van een standaard publicatieplicht van een berisping of een boete. De tuchtrechter zal een afweging maken tussen het privacybelang van de zorgverlener en of dat belang moet wijken voor het algemene belang van een openbare publicatie.
  3. Voorzittersbeslissing zonder raadkamer of openbare zitting; de secretaris doet een vooronderzoek. Vanaf 1 april 2019 kan de secretaris de klacht ook doorverwijzen naar de voorzitter van het college die dan een eindbeslissing kan geven zonder dat de klacht in de raadkamer of op openbare zitting is behandeld. De inhoud van de klacht moet zich daartoe wel lenen.
  4. Voortzetting klacht na intrekking klacht door klager; zowel verweerder als het tuchtcollege kan bepalen dat de klacht moet worden voortgezet ook wanneer de klager zich terugtrekt uit de procedure. Wanneer het tuchtcollege bepaalt dat de klacht in het kader van het algemeen belang moet worden voortgezet, dan zal de IGJ de plek van klager innemen.
  5. Kostenveroordeling beklaagde en heffing griffierecht; in de Advocatenwet is reeds de mogelijkheid opgenomen van een kostenveroordeling van de beklaagde ten aanzien van wie de tuchtrechter tot het oordeel is gekomen dat een ingediende klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is. Een dergelijke bepaling wordt overgenomen in de Wet BIG. Daarnaast vindt de wetgever het van toegevoegde waarde om in het tuchtrecht een griffierecht in te voeren, om te proberen te voorkomen dat er klachten worden ingediend die zich niet lenen voor het medisch tuchtrecht. Het griffierecht zal EUR 50,- bedragen.
  6. Ontzetting van het recht een beroep uit te oefenen in de individuele gezondheidszorg; door de nieuwe regelgeving wordt de mogelijkheid gecreëerd om een beroepsbeoefenaar een breed “beroepsverbod” op te leggen. De beroepsbeoefenaar die naar het oordeel van het tuchtcollege een ernstig gevaar vormt voor patiënten, kan door het tuchtcollege het recht worden ontzegd om patiënten te behandelen.
  7. Uitbreiding ‘tweede tuchtnorm’; ook gedragingen die niet zijn begaan in hoedanigheid van een BIG-geregistreerde, kunnen met de uitbreiding onder het tuchtrecht vallen. Voorbeelden zijn privé-gedrag of gedragingen in hoedanigheid van een ander beroep, van dien aard en ernst dat de beroepsbeoefenaar een gevaar voor de patiënt vormt of het vertrouwen in de beroepsuitoefening ernstig schaadt.
  8. Last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (“LOB”); het betreft een nieuwe bevoegdheid van de inspecteur (IGJ) en is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen. De LOB is bedoeld om de mogelijkheid te bieden voor die gevallen waarin er gerede twijfel bestaat over de vraag of het verantwoordelijk is een dergelijke beroepsbeoefenaar zonder nadere toetsing aan het werk te laten, om dan de beroepsbeoefenaar te kunnen verbieden zijn beroepsactiviteiten uit te oefenen tot dat de tuchtrechter zijn oordeel heeft gegeven.
  9. Ondersteuning klager bij het formuleren van klacht; er zullen vijf ft’ers worden aangesteld, de zogenoemde “tuchtklachtfunctionaris”, die een klager kan ondersteunen bij de formulering of wijziging van de klacht. De tuchtklachtfunctionaris is geen lid van het tuchtcollege, en begeleidt de klager ook niet op de zitting of tijdens het vooronderzoek. De klager is zelf verantwoordelijk voor zijn tuchtklacht.
  10. Doorhaling op eigen verzoek voorkomt niet de openbaarmaking van de maatregel; ook wanneer een beroepsbeoefenaar niet langer is ingeschreven in het BIG-register wordt de aantekening van de maatregel geplaatst bij de beroepsbeoefenaar. De aantekening is zichtbaar voor een bepaalde tijd.
  11. Incidenteel beroep; wanneer een mogelijk bestaat tot het instellen van incidenteel beroep, dan moet dit gebeuren binnen zes weken na verzending van het beroepsschrift.
  12. Informatie-uitwisseling met derde landen; de minister kan besluiten om derde landen die niet lid zijn van de EU te informeren over bevoegdheidsbeperkingen of een -verbod door de desbetreffende beroepsbeoefenaar.
  13. Overnemen maatregelen BES; de minister kan besluiten om maatregelen die zijn opgelegd op grond van de Wet medisch tuchtrecht BES ook in te schrijven in Nederland in het BIG-register.

Als u vragen hebt over de wijzigingen in de Wet BIG, of hebt u advies en bijstand nodig in een tuchtzaak, neemt u dan gerust en vrijblijvend contact op met een van de specialisten van de afdeling gezondheidszorg van Victor Advocaten. Wij helpen u graag verder!

Sander Tempel | tempel@victoradvocaten.nl | 06 40 22 38 90

Deel: