5 maart 2018

Onder welke KEI heb jij gelegen?

Het beeld dat veel mensen hebben van de advocatuur is tegenwoordig gebaseerd op de fancy beelden uit de advocatenserie Suits. Mooie mensen, die op slinkse wijze een nieuwe zaak winnen in een tijdsbestek van ongeveer twee dagen. De werkelijkheid is meer te vergelijken met Jurassic Parc. Ik heb gekscherend een collega advocaat wel eens een T-Rex genoemd omdat zij dictaten insprak op een bandje (om te laten uitwerken door haar secretaresse).

Ik heb dus enigszins de behoefte om het beeld van de advocatuur wat bij te stellen. Zo roepen wij niet om de haverklap “Objection” tijdens een zitting, maar wachten netjes op onze beurt tot wij iets mogen zeggen (uitzonderingen daargelaten). In de huidige maatschappij, waarbij alles snel gaat en informatie On Demand beschikbaar is, loopt de advocatuur misschien toch een beetje achter.

Het taalgebruik binnen de advocatuur is voor buitenstaanders soms moeilijk te volgen. Woorden als “confrère”, “amice”, “weledelgestrenge heer”, “a priori” en “quod non” worden tussen advocaten onderling vaak gebruikt. Er bestaat voor rechters zelfs een Klare Taalbokaal, voor de meest in ‘klare taal’ opgeschreven rechterlijke uitspraak.

Hoewel wij geen pruik meer dragen (dit is op grond van de advocatenwet eigenlijk wel verplicht), is het dragen van een toga in een groot deel van de procedures nog verplicht. Ik heb zelf weinig moeite met het dragen van de toga, ik vind het wel bijzonder en het heeft een mooie achterliggende gedachte (gelijkheid). Toch worden er regelmatig opmerkingen over gemaakt door cliënten dat het niet meer van deze tijd is. Misschien hebben ze daar ook wel gelijk in.

In 2013 werd besloten om de rechtspraak te moderniseren. De digitalisering van de rechtspraak zou een efficiëntieslag moeten brengen waarbij dinosaurussen nog slechts in een museum te zien zijn, op de afdeling naast de fax. Want ja, de fax wordt bij ons op kantoor nog bijna dagelijks gebruikt. De fax is eerlijk gezegd onze beste vriend: wij versturen daar processtukken mee om te zorgen dat ze op tijd bij de rechtbank zijn. Ik kan mij namelijk geen ander middel bedenken waarbij een hoeveelheid aan stukken direct kan worden verstuurd aan een andere ontvanger… De postduif doet er toch al gauw een paar dagen over en de koerier is niet altijd te vertrouwen. Fax it is.

Maar toen kwam de introductie van KEI: Kwaliteit en Innovatie. Hiermee zou digitaal procederen het nieuwe tijdperk inluiden. Vooruitstrevend als wij zijn in de advocatuur kunnen we dan stukken per e-mail en in een digitaal portaal versturen. Veelbelovend dus. Deze “back to the future” technologie mag wat kosten. Tot op heden al meer dan 200 miljoen euro en het einde is nog niet in zicht. Want KEI begint inmiddels een soort Noord-Zuidlijn project te worden, waarbij de ingangsdatum steeds wordt verschoven en de kosten omhoog worden bijgesteld.

De laatste berichten zijn dat KEI waarschijnlijk terug moet naar de tekentafel (misschien zelfs de I-Pad). Ik hoop van harte dat dit project alsnog slaagt, dan hoef ik in elk geval op verjaardagen niet meer uit te leggen wat een fax is en waarom wij die nog gebruiken.

Deel: