Risico’s van het niet tijdig, of niet op de juiste wijze opschorten van beslistermijnen

Begin april besteedde ik aandacht aan de juridische kaders die bestuursorganen in acht moeten nemen als zij beslistermijn niet dreigen te halen vanwege corona. De minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming hebben zich recentelijk ook bezig gehouden met dit onderwerp. Uitkomst? Bestuursorganen: u bent zelf aan zet.

Spoedwet COVID-19

In het wetsvoorstel ‘Spoedwet COVID-19’ dat de ministers op 8 april 2020 bij de Tweede Kamer indienden vroegen zij zich of een landelijke, wettelijke voorziening nodig was voor het geval bestuursorganen beslistermijnen niet halen als gevolg van de coronacrisis. De ministers overwogen bij wet te regelen dat de overmachtsbepaling van artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van rechtswege van toepassing is op alle besluiten, zolang de (tijdelijke) spoedwet van kracht is. Bestuursorganen hoeven dan niet per geval te beoordelen of de beslistermijn moet worden opgeschort. Opschorting gebeurt als vanzelf omdat de wet bepaalt dat corona de oorzaak is van het feit dat die termijn niet kon worden gehaald.

De Afdeling advisering van de Raad van State vond zo’n generiek, wettelijk geregeld beroep op overmacht nog wat te ver gaan. Alleen in het geval een onbeheersbare en acute noodsituatie ontstaat die ertoe leidt dat voor veel bestuursorganen besluitvorming binnen de gestelde termijnen onhaalbaar wordt, is voorstelbaar dat alsnog wordt voorzien in een generieke regeling, aldus de Afdeling.

De ministers hebben besloten het advies op te volgen: “Het voorgaande betekent dat wij onvoldoende redenen aanwezig achten om op dit moment over te gaan tot generieke of specifieke wettelijke voorzieningen inzake mogelijke overschrijding van beslistermijnen bij aanvragen, bezwaarschriften en administratief beroep in aanvulling op de algemene voorziening voor overmacht die reeds is opgenomen in artikel 4:15, tweede lid, aanhef en onder c, Awb.[1]

Bestuursorganen opgelet: voorziet u dat u een beslistermijn niet zult halen? Onderneem dan tijdig actie. U bent nog steeds zelf aan zet. 

Gevolgen van niet, niet tijdig of niet juist opschorten

Aanvragers beschikken over verschillende middelen om een bestuursorgaan tot besluitvorming aan te zetten. De landelijke coronamaatregelen schuiven geen van deze pressiemiddelen terzijde. Wat zijn de consequenties als bestuursorganen niet, niet tijdig of op onjuiste wijze tot opschorting overgaan?

Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit – artikel 6:12 van de Awb

In het geval een bestuursorgaan niet op een aanvraag beslist voordat de beslistermijn is verstreken, kan de aanvrager het bestuursorgaan in gebreke stellen. Laat het bestuursorgaan dan nog twee weken voorbij gaan zonder een besluit te nemen? Dan kan de aanvrager zich tot de bestuursrechter wenden met een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. In zijn beroepschrift vraagt de aanvrager de bestuursrechter om het bestuursorgaan op te dragen binnen een door hem gestelde termijn alsnog een besluit te nemen, op straffe van een dwangsom als het bestuursorgaan daarmee in gebreke blijft. Let op: de hoogte van de dwangsom wordt per geval vastgesteld door de bestuursrechter en is niet gelijk aan de ‘reguliere’ dwangsom bij niet tijdig beslissen[2]. Een bestuursorgaan komt er bij de bestuursrechter dus niet af met een maximumbedrag van € 1.442,-, maar riskeert een bedrag van – doorgaans – € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-.

Een beroepsprocedure over het niet tijdig nemen van een besluit is bovendien een kwestie die vooral gaat over processen. Voor een inhoudelijke beoordeling is geen ruimte. Dat is zonde van de tijd want het levert inhoudelijk niemand iets op.

Verkeert u in een situatie waarin het niet mogelijk is om een beslistermijn te halen? Schort die termijn dan op. Zo voorkomt u niet alleen een – potentieel groot – financieel risico maar bespaart u uzelf, de aanvrager en de rechtbanken kostbare tijd.

Bent u tijdig en op de juiste wijze overgegaan tot opschorting maar stelt een aanvrager toch beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit? Dan volgt niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Er is dan immers nog geen sprake van niet tijdig beslissen.

Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen – artikel 4:17 e.v. van de Awb

De Wet dwangsom bij niet tijdig beslissen regelt dat bestuursorganen aanvragers een wettelijk vastgesteld bedrag per dag moeten betalen als zij een beslistermijn overschrijden. Wel is eerst een ingebrekestelling van de aanvrager nodig. Volgt binnen twee weken na die ingebrekestelling niet alsnog een besluit? Dan moet het bestuursorgaan de portemonnee trekken. Het maximale bedrag dat een bestuursorgaan aan dwangsommen kan verbeuren bedraagt € 1.442,-, zo volgt uit artikel 4:17 lid 2 van de Awb.

Uitbetaling van een verbeurde dwangsom verhelpt het probleem overigens niet, want het betalen van een dwangsom ontslaat het bestuursorgaan niet van de plicht om alsnog een besluit te nemen.

Hebt u evenwel voorzien dat u in een concreet geval de beslistermijn niet zou gaan halen? En hebt u die termijn tijdig en op de juiste wijze opgeschort? Dan kunt u niet in gebreke raken. Artikel 4:17 van de Awb bepaalt dat een bestuursorgaan alleen in gebreke kan raken als een besluit niet tijdig wordt genomen (dus: nadat de wettelijke beslistermijn is overschreden). Als u de beslistermijn hebt opgeschort kan deze dus niet verstrijken. Wordt u dan toch in gebreke gesteld? Dan wordt die ingebrekestelling als voorbarig aangemerkt en verbeurt u geen dwangsommen.

Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen – artikel 4:20a e.v. van de Awb

Wellicht het grootste gevaar dat voor bestuursorganen op de loer ligt als zij niet tijdig beslissen, wordt gevormd door de ‘Lex Silencio Positivo’, ofwel de beschikking van rechtswege. Artikel 4:20b van de Awb schrijft voor dat een beschikking van rechtswege wordt gegeven als het bestuursorgaan niet tijdig op een aanvraag beslist. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste omgevingsvergunningaanvragen. Pakt het bestuursorgaan een aanvraag niet binnen de wettelijke termijn op? Dan is de vergunning van rechtswege verleend. Het bestuursorgaan kan dan niet anders meer dan de vergunning uitprinten en versturen. Daarvoor is geen voorafgaand waarschuwingssignaal zoals een ingebrekestelling nodig. Verstrijkt de termijn, dan is de vergunning verleend.

Bestuursorganen die een aanvraag op inhoudelijke gronden willen kunnen beoordelen doen er goed aan om een scherp oog te houden op de beslistermijnen. Voorziet u dat u een termijn niet zult halen? Zorg dan voor tijdige opschorting en doe dat op de juiste wijze. Daarmee houdt u het verstrijken van de beslistermijn tegen en voorkomt u dat een van rechtswege verleende vergunning kan ontstaan.

Stapelen

Een aanvrager kan niet ongebreideld kiezen tussen de hier beschreven dwangmiddelen. Evenmin kan hij ze alle drie inzetten. De Lex silencio is alleen van toepassing als dat bij wettelijk voorschrift is bepaald. Is dat het geval? Dan kan niet ook een dwangsom wegens niet tijdig beslissen worden verbeurd. Artikel 4:20a lid 2 van de Awb bepaalt namelijk dat de Wet dwangsom niet van toepassing is in de gevallen waarop de Lex silencio van toepassing is. In gevallen waarop de Wet dwangsom van toepassing is leidt een ingebrekestelling wel tot een tweeledig gevolg: enerzijds kan daardoor het recht op betaling van een dwangsom ontstaan en anderzijds vormt de ingebrekestelling de toegangskaart tot de bestuursrechter voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen.

Tip

Aan bestuursorganen geef ik het nog maar eens mee: hou uw beslistermijnen goed in de gaten en zorg voor een actieve houding. Is opschorting, bijvoorbeeld vanwege corona, nodig? Onderneem dan tijdig actie. Zo vermijdt u het risico op een succesvol beroep tegen het niet tijdig beslissen, op het moeten betalen van dwangsommen en op van rechtswege verleende beschikkingen.

Heeft u hulp nodig bij het opschorten van uw beslistermijnen of juist bij het halen ervan? Dan kunnen de advocaten van Victor Advocaten u helpen. Neem gerust vrijblijvend contact op met Anita Wester via wester@victoradvocaten.nl, of maak een afspraak via 072 – 528 00 36. Ook voor vragen over dit artikel kunt u daar terecht.

[1] Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 434, nr. 4, pagina 8

[2] Vergelijk artikel 4:17 lid 2 van de Awb

Deel: