24 augustus 2018

Mogen kinderdagverblijven niet-ingeënte kinderen weigeren?

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil de kinderopvang de vrijheid geven niet-ingeënte kinderen te weigeren.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) meldt al langer dat in Europa het aantal gevallen van mazelen sterk is toegenomen. In 2017 is het aantal bijna verdubbeld ten opzichte van 2016; van 24.000 naar 41.000 gevallen. Ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakte eerder bekend dat in Nederland de vaccinatiegraad voor de inentingen uit het Rijksvaccinatieprogramma al meerdere jaren achter elkaar daalt. Het percentage gevaccineerden bij de mazelen dreigt inmiddels onder de 90% te zakken, zo luiden de berichten, terwijl bij de mazelen een vaccinatiegraad van 95% noodzakelijk is om groepsimmuniteit te kunnen waarborgen. Minister De Jonge zoekt naar middelen om de vaccinatiegraad van de mazelen weer op tenminste 95% te krijgen. Het kabinet komt dit najaar (2018) met een plan om te zorgen dat meer ouders hun kinderen laten inenten, waarbij ook mogelijkheden via nieuwe wetgeving worden onderzocht.

Het bericht is dat er thans een kamermeerderheid is voor het initiatiefwetsvoorstel van D66 om kinderopvangcentra de vrijheid te geven of ze kinderen willen toelaten die niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma. Het huidige en voorgaande kabinet is c.q was van mening dat de huidige wetgeving nog geen gegronde basis biedt voor een weigering. Ook is hierover nog geen specifieke jurisprudentie bekend. Wel hebben verscheidene media al bericht dat in Nederland meerdere kinderopvangcentra inmiddels zijn overgegaan tot het weigeren van kinderen die niet zijn ingeënt tegen de mazelen.

Twee fundamentele mensenrechten botsen in de discussie rondom het weigeren van niet-ingeënte kinderen; enerzijds het recht op gezondheid en anderzijds het recht op vrijheid van godsdienst of levensovertuiging. Ook het College voor de Rechten van de Mens meldde eerder dat de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging niet mag worden beperkt, tenzij dit door de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is voor onder andere de bescherming van de gezondheid en rechten en vrijheden van anderen. Bij een weigering van niet-ingeënte kinderen zal aldus in ieder geval de vraag, of de gezondheid van de kinderen op het kinderdagverblijf zodanig in gevaar is dat hun recht op gezondheid vóór de godsdienstvrijheid van de ouders gaat, positief beantwoord moeten worden. Die bewijslast ligt in beginsel bij het kinderdagverblijf.

Daarnaast spelen er belangrijke vragen rondom privacy. Een toetsing door een kinderdagverblijf of de ouders meewerken aan het rijksvaccinatieprogramma zal niet zonder informatieoverdracht daarover van de ouders kunnen plaatsvinden. Aldus zullen de ouders medische informatie moeten verschaffen over het kind aan het kinderdagverblijf. Een dergelijke uitvraag zal onder meer getoetst moeten worden aan de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Als u in hoedanigheid van bestuurder / directie van een kinderdagverblijf overweegt over te gaan tot het weigeren van niet-ingeënte kinderen en u hebt hierover juridische vragen, neemt u dan gerust contact met mij op voor een eerste verkenning.  

 

Deel: