30 januari 2018
door

Maatschappelijke waarde

In artikel 1.4 lid 2 van de Aanbestedingswet is opgenomen dat aanbestedende diensten zoveel mogelijk maatschappelijke waarde moeten creëren bij het inzetten van publieke middelen. Maatschappelijke waarde noemt men ook wel “best value for taxpayer’s money”. Uit de memorie van toelichting blijkt dat het artikel is toegevoegd naar aanleiding van een motie van Kamerlid Koppenjan. Daarin staat het nog platter: de laagste prijs voor de beste kwaliteit. Maar wat is dan concreet maatschappelijke waarde? En hoe weet je of het is geleverd?

In mijn training “doelen en resultaten in het sociaal domein” heb ik het ook over maatschappelijke waarde. Maatschappelijke waarde is de impact die je maakt met je aanbesteding op de maatschappij. Maar wanneer maak je nu impact? Om bestuurders, beleidsmakers en inkopers een handvat te geven, maak ik altijd gebruik van de “effectketen”. Niemand kent de effectketen bij naam. Iedereen weet precies wat ik ermee bedoel als ik het éénmaal toelicht.

De effectketen gaat uit van input, die via throughput leidt tot output. De output leidt tot outcome. En de outcome leidt tot impact. Vullen wij de onderdelen van de effectketen in, dan krijgen wij het volgende. Mensen en middelen (input) leveren producten en diensten (output) door werkprocessen (throughput). Deze producten en diensten leiden tot resultaten bij de opdrachtnemer (outcome). Die resultaten bij de opdrachtnemer moeten leiden tot resultaten in de maatschappij (impact). Om werkelijk maatschappelijke waarde te creëren met een aanbesteding zijn in ieder geval twee dingen nodig.

Ten eerste moeten politiek en bestuur duidelijk bepalen wat het maatschappelijk resultaat is dat wij willen bereiken. Zij moeten dus concreet invulling geven aan “best value”. Welke impact willen zij maken? Meer werkgelegenheid? Met hoeveel procent dan? En onder welke doelgroepen? Of willen zij meer opdrachten verlenen aan het MKB? Met hoeveel procent meer? En voor welke opdrachten? Alleen maar stellen dat er “best value for taxpayer’s money” moet zijn is onvoldoende.

Ten tweede, als het gewenste maatschappelijke resultaat concreet is geformuleerd, moeten de uitvoerders goed nadenken over de effectketen. Op welk onderdeel van de keten kopen zij in om een zo groot mogelijke kans te hebben op het bereiken van het maatschappelijke resultaat? Kan het maatschappelijke resultaat zelf voorwerp van de opdracht zijn? Of is het simpeler de mensen en middelen (input) in te kopen, waarbij je mag verwachten dat het uiteindelijk tot het maatschappelijke resultaat leidt? Hierbij moeten de uitvoerders ook monitorings- en verantwoordingskosten meenemen in de afwegingen. Het causaal verband tussen de onderdelen van de effectketen moet voldoende vaststaan om geen onnodige discussie te krijgen over recht- en doelmatigheid van prestaties.

Het staat mooi in de wet: maatschappelijke waarde. Maar om maatschappelijke waarde te creëren is meer nodig. Ik adviseer inkopers de effectketen te gebruiken en deze door te nemen met hun ambtelijke opdrachtgevers voorafgaand aan elke aanbesteding.

Deel: